Bij elke overtocht is er angst en plezier

Twee culturele spelers - De Veerman en Mooss - vertellen over hun cultuureducatieve werking en hoe het thema ‘angst’ daar een rol in speelt. Bij elke overtocht is er angst en plezier, zo blijkt. Maar ook een driehoek die soelaas biedt.

De Veerman

Waarneming, ordening en expressie

Angst en durf. Pool en antipool. Tijl Bossuyt van De Veerman spreekt er graag over.  “Neem alle angst weg en je speelt op veilig. Dat is saai”, zegt hij. Hoe lukt het om in je angst te gaan staan en toch te weten ‘het komt goed’?

 

De Veerman is een kunstenorganisatie die zich richt op educatie en participatie. Onder ‘kunsten’ verstaat Tijl ‘daarover spreken waarover je niet kan spreken’. “Wat heeft een mens nodig en wat doet een mens in zijn dagelijkse bestaan om vooruit te geraken? Die vraag beantwoorden we vanuit een driehoek. In de eerste hoek staat het waarnemen. Waarnemen is een van de grondslagen van ons bestaan en het is ook een culturele vaardigheid binnen Cultuur in de Spiegel. Toch ben je niets met je waarneming als je ze niet ordent. Dat is de tweede hoek. Je ordening wordt cultureel bepaald, door je opvoeding, je milieu, je school. We zijn het als mensen gewoon om in die gesleten paden te lopen. Ook je eigen wil bepaalt de ordening die je maakt. Daaruit vloeit dan de derde hoek: de expressie. Hoe je je kleedt, hoe je je huis inricht…”

 

Om dat mechanisme van waarneming, ordening en expressie goed te laten draaien, om erin te groeien en sterker te worden, heb je volgens De Veerman volgende elementen nodig:

 

1 Durf

Tijl: “Durf of lef is het tegenovergestelde van angst. Al je eerste keren waren doorspekt met angst. Als je een kind een wit blad geeft en je vraagt het om te tekenen, dan zal het blokkeren. Zet een muziekje op en vraag studenten om te dansen. Je zal de paniek in hun ogen lezen. Hoe laat je die angst in durf overslaan? Door hen in groep te laten functioneren en op een plek te laten vertoeven waar ze vertrouwen krijgen. Introduceer stap voor stap nieuwe dingen die voor hen onbekend, maar wel vertrouwd aanvoelen.”

 

“Als je te veel vertrouwen geeft, gebeurt er niks. Er moet wat spanning in zitten. Doen wat je gisteren ook al deed en ook al kon, dat is saai. Als je je confirmeert tot iets wat je al kende, of wat de anderen kennen, dan neem je alle angsten weg en speel je op veilig. Iets anders doen, maakt je onzeker. Ga in je angst staan en creëer omstandigheden waardoor je weet ‘het komt goed’.”

 

2 Thema’s en inhouden

Tijl: “Waar hebben we het over? Dat groeit met het kind mee. Bij kleuters gaat het over ‘ik’, dan volgen er thema’s die te maken hebben met ‘ik en jij’, dan ‘wij als groep’. Nog later komen existentiële, filosofische vraagstukken aan bod. Inhoudelijke en thematische benaderingen leiden tot meer inzicht.”

 

3 Taal

Tijl: “Lichaamstaal, beeldtaal, muzikale taal… Ze hebben allemaal een soort ‘grammatica’. Die krijg je voor een stuk op natuurlijke wijze mee, voor een stuk is die taal ook cultureel bepaald. Die technieken doorgeven, heet ‘educatie’. Inzicht krijgen, vaardig worden in een kunstendiscipline en in de taal van de kunsten, helpt om vorm te geven of vormgeving te kunnen lezen. Die ‘taal’ evolueert ook: wat we nu verstaan onder ‘ruimte’, is anders dan in de middeleeuwen en over 100 jaar zal de perceptie allicht weer anders zijn.”

 

4 Werkvormen

Tijl: “Dat zijn de hulpmiddelen, de technieken. Die zijn onontbeerlijk om iets praktisch te realiseren.”

 

Mooss

Veiligheid, vrijheid en uitdaging

Mooss focust op kunst en erfgoed. En op actief doen. Tijdens hun actieve workshop laten Wien Bogaert en Maria Wilken-Keeve de deelnemers proeven van hun methodiek. Zet je dus in de kring en doe gewoon mee!

 

Stap 1 Wien geeft een eenvoudig koffiebekertje door en laat elke deelnemer zeggen wat hij daarop ziet: van een prinses met een kroontje tot groene lettertjes en een dekseltje van plastic. In een tweede rondje gaat het over een multinational, over smaak, recyclage en design. Wien: “Dat tweede of derde rondje doe je alleen met sterkere groepen. We hebben op die manier veel betekenislagen van een simpel voorwerp naar boven gebracht. Het is een oefening in goed waarnemen.”

 

Stap 2 De tweede opdracht stimuleert de verbeelding. Een bak zit vol willekeurige dingen: een oude schoen, een haarkam, rammelaar… Elke deelnemer kiest er een voorwerp uit en verzint er een nieuwe functie voor. Met de rammelaar zou je kunnen telefoneren, met de schoen naar een andere wereld reizen. Je ‘verkoopt’ je voorwerp aan een andere deelnemer en wisselt dan de voorwerpen uit. Nu ‘verkoop’ je het andere object. Je mag het verkooppraatje aanpassen of aandikken naargelang je eigen zin. Wien: “Met een sterke groep kan je beperkingen stellen: nu mag je alleen functies verzinnen die te maken hebben met de badkamer, of met het circus.”

 

Stap 3 De deelnemers werken nu in duo. Ze verbinden twee voorwerpen met elkaar. Dat kan met verschillende materialen: elastieken, tape, fietsbanden, touw... Ze verzinnen er ook weer een nieuwe functie voor.  Intussen legt Wien ook afbeeldingen van kunstwerken op de grond. “Kies er een uit waarvan je vindt dat het past bij wat je gemaakt hebt. Je presenteert dan je werk en het kunstwerk op een stoel.”

 

Stap 4 Gewapend met post-its en een stift gaat elk duo langs de gepresenteerde kunstwerken. “Je schrijft bij elk werkje dat niet van jou is, waarop het lijkt of waaraan het je doet denken. Plak het erbij.”

 

Stap 5 Tijd om een kunstwerk te adopteren. “Op basis van de woorden op de post-its mag je pet je partner weer een draai geven aan de functie van het voorwerp. Je mag het helemaal naar je hand zetten door kleine papiertjes, watjes en afvalmateriaal toe te voegen.” Nadien vertelt elk duo aan de kring wat het kunstwerk voorstelt. 

 

Het waarom achter deze oefeningen

“De opbouw via kleine, laagdrempelige opdrachten neemt de (faal)angst weg”, zegt Wien. “Er zijn altijd perfectionistische kinderen die iets geweldigs willen maken maar niet tot de realisatie van hun grootse idee kunnen komen. Of je hebt kinderen die zeggen ‘Knutselen? Dat vind ik verschrikkelijk.’ Door in stapjes op te bouwen, doordat het niet duidelijk is waar je naartoe gaat, doordat je switcht van voorwerp en elkaars ideeën mag veranderen, is er bij geen van de twee faalangst. Iedereen wisselt samen voorwerpen uit, is tegelijk bezig. Zo staat niemand in het centrum van de belangstelling. En uiteindelijk wordt het resultaat zo diverser en hebben we op nauwelijks 45 minuten veel ideeën verzameld.”

 

De methodiek van Mooss gaat vooral over hoe je een veilig klimaat creëert zodat iedereen op een goede manier kan functioneren. “In deze opdrachten zat tamelijk veel beeld, maar we doen hetzelfde met dans, theater of muziek”, zegt Wien. “Onze driehoek bestaat uit veiligheid, vrijheid en uitdaging. Die veiligheid bieden we door allemaal samen in groep bezig te zijn en door alles toe te laten. Vrijheid betekent hier ‘je vult het zelf in zoals je wilt’. Uitdaging houdt in dat de opdrachten niet te gemakkelijk zijn. Je kan extra rondjes doen als je voelt dat de groep sterk genoeg is daarvoor. Onze workshops zijn opgebouwd volgens een boomstructuur: heb je een sterke groep, dan kan je heel wat tussenstapjes weglaten.”

 

Waarnemen, verbeelden, wat je deed in woorden vatten en terugkoppelen naar de kring: het komt ook terug in de theorie van Cultuur in de Spiegel. Wien: “Door dat zelf te doen, kom je dichter bij het denkproces van de kunstenaar. Daardoor ga je het proces van de kunstenaar beter herkennen en ga je anders naar kunstwerken kijken. We vinden het bovendien leuk om eerst te doen. Niet iedereen is cognitief ingesteld. Nadien reflecteren we kort.”